Een reactie plaatsen

De comfortabele cocon en het verzet

Voor mij persoonlijk was 2025 een goed jaar. Overwegend kabbelend met hier en daar positieve en negatieve uitschieters. Maar terugkijkend kan ik zeggen dat ik gezond ben, voor zover ik weet, en dat ik gelukkig ben met de lieverds om mij heen: van de intiemste kring tot aan de grotere cirkels van mooie mensen.

Op groter niveau heb ik met verbazing en afschuw gekeken naar de ontwikkelingen in de wereld. Soms leidde het ertoe dat ik geen nieuws meer wilde volgen. Terugtrekken in mijn cocon. Of zoals mijn veel te jong gestorven zus altijd zei: “Stap in je zeepbel, rits hem dicht en zweef weg van alles waar je toch geen invloed op hebt”. Soms stond ik mijzelf dat toe. Maar altijd komt er een moment, dat ik toch het liefst wél goed geïnformeerd ben. Het is de kunst om de realiteit onder ogen te zien zonder er depressief van te worden. Positief blijven en de strijd aan te gaan. Af en toe terugtrekken en jezelf weer helen is daarbij noodzakelijk.

Om een druk jaar goed af te sluiten gingen mijn lief en ik een paar dagen naar Berlijn. Het is een fantastische stad met een indrukwekkende geschiedenis. Die geschiedenis bevat ook een waarschuwing. Die waarschuwing is dat we onze democratie moeten beschermen met alles wat we in ons hebben. Dat we niet rebels en activistisch genoeg kunnen zijn. De onvrijheid die de Oost-Duitsers hadden onder een communistisch regime wijkt niet veel af van het gebrek aan vrijheid die mensen hebben onder een autocratisch regime. Met nog dat verschil dat je in een autocratisch-kapitalistisch systeem helemaal mag creperen als je om wat voor een reden dan ook, pech hebt of niet voor jezelf kunt zorgen.

De geschiedenis van de Joden is ook overal aanwezig in Berlijn. Het Holocaustmonument raakte me diep. Op de vele, grote betonblokken waar het monument uit bestaat, lag een dun laagje ijs dat glinsterde in de zon. Ondanks de massa toeristen om me heen voelde ik me, in de gangen ertussen, alleen. Het geluid is er anders. Het monument gaat over een volk dat er niet meer mocht zijn. Een volk dat de zondebok was. De lering die we daaruit moeten halen is dat we dit geen enkele groep mogen laten overkomen en toch gebeurt het om ons heen. De onvrede over het bestaan in het algemeen, wordt afgereageerd op een groep die niet de oorzaak is van de onvrede. Het begint bij het ontmenselijken. Het ontnemen van rechten van de ander.

Berlijn heeft weer aan mijn cocon geschud en me uit mijn zeepbel geschopt. Vechten moeten we, op de barricades! Besef hoe verwend we zijn met alle vrijheid die we hebben. Verdedig het beste systeem dat er is. De democratie is niet perfect maar ver boven al het andere te verkiezen.. Er is geen sterke man die ons leven beter maakt. Het zijn allemaal egoïsten die alleen zichzelf en een handje uitverkorenen verrijken, ten koste van jou en mij, en vooral de zwaksten. Zijn wie je wil zijn en kunnen zeggen wat je ook maar te zeggen hebt is het grootste goed. En dat geldt voor iedereen. Ook voor degene die niet jouw mening of levenswijze deelt. Zolang die mening of levenswijze die van de ander niet beperkt. Mijn wens voor 2026 is dat iedereen wakker wordt en verder kijkt dan diens eigen comfortabele leven. Het kost moeite, maar als de geschiedenis van Berlijn ons iets leert, dan is het wel dat als we ons samen verzetten, we invloed hebben op de toekomst.

Een reactie plaatsen

Als fascisme wint

Als de vrijheid
Om iets te zeggen
Slechts behouden is
Aan enkelen
Dan praat je met fascisten


Als de humor
Aan kritiek ontbeert
Alleen nog dienend is
Aan één ideaal
Dan is de lol voor de fascist


Als het recht
Om te beslissen
Over eigen lichaam
Niet geldt voor iedereen
Dan is je lijf van de fascist


Als slechts één kleur
Superieur gemaakt
En oppermachtig is
Dan kleuren straten rood
Gekleurd door de fascist


Als demonstreren
Niet meer toegestaan
Demonstranten terroristen
Dan sterft democratie
En is jouw land van de fascist

Een reactie plaatsen

De pimpelmees en ik

Soms wordt het wereldnieuws me een beetje teveel en trek ik mij terug in mijn miniparadijs. Zo ook deze warme dag in de lente. Ik zit op de palletbank onder de kleine overkapping aan het einde van mijn tuin. Het is een heerlijke plek. Verscholen achter het groen. Ver boven mij klinken de gierzwaluwen. Hun speciale hoge geluid doet je al snel denken aan vakanties in Zuid-Europa.

Tegen de schuur aan hangt een nestkastje. Daar is een pimpelmeespaartje ingetrokken. Sinds een week vliegen pa en ma mees, af en aan, met snaveltjes vol lekkere hapjes. Ik kijk naar ze, diep geroerd door hun schattige schoonheid. Ondertussen zou ik het wel uit kunnen schreeuwen: “Kijk dan! Die pootjes en dat kleine kopje!” Bijna kan ik zoveel schattigheid niet aan maar ik hou me stil.

Zij kijken ook naar mij en ik probeer met mijn houding te communiceren dat ik ze geen kwaad zal doen. Dat ik weliswaar een groot, lomp dier ben maar totaal ongevaarlijk. Sterker nog, ik doe er alles aan om te zorgen dat ze hun kroost groot kunnen brengen. Zo is er een net gespannen onder het kastje, om mijn loerende minitijgers tegen te houden. Die horen met hun scherpe gehoor de mezenbabies  piepen, iets dat ik ook tevergeefs probeer. Is het geluid zo zacht of worden mijn oren te oud?  Papa en mama tolereren mij. Helemaal vertrouwen doen ze het niet maar ze moeten door. De drang om die kleine wezentjes in dat hokje te voeren is groter dan zijzelf. Groter dan hun angst voor dat gekke mens.

De mussen in de appelboom lijken intussen enorm groot en schreeuwerig. Niet eerlijk natuurlijk, want die zijn ook eigenlijk best schattig en klein. Maar vergeleken bij het elegante pimpeltje is bijna elke vogel ordinair. Daar kun je het gewoon niet van winnen.

Elke dag kijk ik of er wel gevoerd wordt. Als een bezorgde oma. Wat zal ik blij zijn als we een paar weken verder zijn en de kinderen uitgevlogen zijn. Je moet er toch niet aan denken dat pa of ma het loodje legt en dat de ander het voeren in z’n uppie moet doen. Ze schijnen dan zo hard te moeten werken dat ze het niet overleven, inclusief de kleintjes. Als de sentimentele muts die ik ben kan ik bij het idee alleen al janken. Getverdemme, wat kan de natuur toch hard zijn.

Voorlopig wisselt het echtpaar elkaar nog af. Als het koppie van de één nog uit het hokje steekt, zit de ander al klaar op het tuinhek ernaast met een overvolle snavel. Kon ik ze maar helpen. Rupsen voor ze zoeken, fijnprakken en in de kleine bekjes stoppen. Maar ik doe niets want ik weet dat menselijk ingrijpen altijd afstevent op een drama. Genoeg voorbeelden op dit moment. Dus ik laat ze maar, dat mezenpaar, die kunnen het prima af zonder mij.

Foto: Martha de Jong-Lantink

Een reactie plaatsen

De kiezels van verzet

Vanochtend werd ik wakker met het gewicht van de wereld bovenop me. In werkelijkheid was het mijn rode kater maar dat terzijde. Het drukte me zowat door het matras, zo onverdraaglijk was het gevoel. Hoe kan het dat ik altijd heb gedacht dat de westerse maatschappij langzaam zou groeien naar een plek waar alles en iedereen, die geen witte-, CIS-hetero man is, evenveel bestaansrecht heeft als die man. Terwijl dat nu aan alle kanten bedreigd wordt.

Ondanks mijn ongeduld over de snelheid waarmee we een inclusieve samenleving zouden bereiken, accepteerde ik gelaten dat die samenleving niet volledig bereikt zou worden voordat ik mij bij de aarde voeg. Maar voor mijn kinderen zou het beter worden. De generaties na hen zouden terugkijken op ons met meewarige blikken. ‘Nooit meer’, zouden ze zeggen. ‘Nooit meer’, zoals wij 80 jaar lang hebben gezegd.

In mijn bed probeerde ik nog te ademen maar dat is best lastig met dat gewicht op je borst. De buitenlucht lokte en ik stapte in mijn badjas de vrieskou in. Door de frisse lucht in te ademen en vooral de boze, wanhopige lucht eruit te blazen, kwam er ruimte voor een paar wijze woorden die ik iemand in een podcast hoorde uitspreken: “Kijk niet naar wat er mis kan gaan maar naar welke stappen je moet doen om je doel te bereiken.”

Je kunt je afvragen welke stappen ik in al mijn nietigheid kan doen om te voorkomen dat de hele wereld naar de gallemiezen gaat. Het bereik van mijn geschrijf is beperkt maar ik heb altijd de hoop dat ik ooit nog eens iemand van buiten mijn bubbel bereik. Eén persoon bij wie ik een kleine kiezel in diens gedachtestroom plaats waardoor die stroom verandert.

Wat ik kan doen, is op grote schaal bedroevend weinig maar voor bijvoorbeeld een pimpelmeesje dat het nestkastje in mijn tuin komt inspecteren betekent het veel dat ik biologisch voer ophang. Voor de mensen en dieren om mij heen betekent het wel wat, dat ik ze accepteer zonder oordeel en een hart vol liefde.

Voor het eerst sinds de demonstratie tegen kernwapens in 1981 voel ik de drang om te demonstreren. Ondanks mijn angst voor mensenmassa’s en in rellen terecht te komen voel ik de behoefte om mijn stem te voegen bij anderen die de waanzin willen stoppen zolang we nog niet monddood gemaakt worden. Laat het alsjeblieft niet gebeuren dat we erbij stonden en ernaar keken terwijl de wereld kapot wordt gemaakt zoals in de jaren vóór- en in de tweede wereldoorlog. Met ‘wir haben es nicht gewusst’ kom je nu echt niet meer weg. Er is nog steeds voldoende feitelijke informatie op het internet te vinden en vooralsnog zijn boeken niet verboden. En heel misschien, als het verzet groot genoeg is, bereiken we met heel veel nietige personen toch nog wat. Eén kiezel kan een stroom iets laten afwijken. Met vele kiezels kun je de rivier verleggen.

Een reactie plaatsen

De langstdurende oorlog allertijden

25 november was het internationale dag tegen geweld tegen vrouwen. Als feministe vond ik dat ik daar aandacht aan moest besteden. Maar ik merkte dat ik een beetje moe ben. Moe van het herhalen en het steeds opnieuw melden van het geweld tegen vrouwen.

Wie de cijfers leest en een beetje empathie in diens lijf heeft moet zich toch iedere keer een beroerte schrikken? Maar blijkbaar is het normaal dat er elke dag wereldwijd 137 vrouwen doodgaan door geweld van familie, partners of ex-partners. O, maar dat gebeurt toch alleen maar in andere landen, hoor ik je denken? Helaas, ook hier sterft er elke acht dagen een vrouw door femicide. Elke acht dagen… dringt het tot je door?

Mijn vermoeidheid komt ook voort uit het feit dat mijn woorden niets uitmaken. De mannen die ze lezen zijn goede, welwillende en zachtaardige mannen die het met mij eens zijn. De mannen die zich er wel wat van moeten aantrekken, horen mijn woorden niet. En als die ze al horen maakt het geen verschil. Het blijft altijd een beetje preaching to the choir.

Het is niet alleen het geweld door (ex-)partners of familie, dat zorgt dat vrouwen zich nooit echt veilig kunnen voelen. Het is ook het seksueel geweld dat in het dagelijks leven voorbijkomt. Zeker een kwart van alle vrouwen maken dit één of meerdere keren in hun leven mee. Met als één van de gruwelijke dieptepunten, het verhaal van Gisèle Pélicot. We hebben het maar even niet over alle ongemakkelijke aanrakingen of opmerkingen waar je als vrouw de rillingen over je rug krijgt.

Wereldwijd is er al eeuwenlang de oorlog der oorlogen aan de gang: de oorlog tegen vrouwen. Ja, alle oorlogen zijn erg, ook die er nu zijn. Maar bedenk dat binnen alle oorlogen, vrouwen ook nog eens extra te maken hebben met geweld, simpelweg omdat het kan, omdat ze vrouw zijn. Wereldwijd worden mensenrechten niet aan vrouwen verleend of zomaar afgenomen als het de mannen die de touwtjes in handen hebben beter uitkomt. Er wordt liever een veroordeelde crimineel, verkrachter en fraudeur als president gekozen dan, godverhoede, een vrouw!

Neem bijvoorbeeld het intrekken van abortusrechten in de VS. We denken dat het een verworvenheid is die ons hier, in dit mooie landje niet afgenomen kan worden maar ook bij ons staat het nog in het wetboek van strafrecht. Of vrouwen in Afghanistan die zelfs geen recht hebben op medische zorg, laat staan een stem of een mening. Of vrouwen in Iran die in een psychiatrische inrichting opgesloten worden als ze zich verzetten tegen de kledingvoorschriften. Het zijn maar enkele voorbeelden, de lijst is oneindig lang.

We kunnen het steeds benoemen maar het schiet geen klap op. We komen geen steek verder en ik ben het zo zat. Het is alleen maar te hopen dat op een dag de woede van alle vrouwen zo groot wordt dat er geen houden meer aan is en alle mannen die echt een wereld willen die voor iedereen veilig is aan hun zijde staan.

Een reactie plaatsen

Boos

Het kruipt in mijn botten. Dat wil ik niet. Zo ben ik niet. Maar het is niet tegen te houden. Strijdbaar? Ja! Maar verontwaardigd, boos zelfs, zo wil ik me niet voelen. Voor mijn eigen welzijn moet ik het af en toe opzij zetten maar dat kost me wel moeite. Want eerlijk gezegd ligt er ook wat angst ten grondslag aan mijn boosheid.

De angst dat je als vrouw nog steeds niet veilig bent. Alle verworvenheden die zo moeizaam bevochten zijn kunnen van de één op de andere dag afgenomen woorden. Kijk naar Amerika. Daar is abortus inmiddels in veertien staten illegaal en in drie staten verboden na zes weken, wat ook een onmogelijke termijn is. Niet alleen als de zwangerschap ongewenst is maar ook als je als vrouw dood ligt te gaan door die zwangerschap weigert elke arts hulp. Pro-life noemen ze dat, maar een leven van een vrouw telt blijkbaar niet als leven.

Drie jaar geleden, bij de overname van de macht in Afghanistan, beloofde de Taliban dat vrouwen mochten blijven werken en naar school mochten blijven gaan. Nog geen maand later werd er aan de rechten van vrouwen alweer getornd. Nu is het zover dat vrouwen alleen nog maar binnenshuis hun stem mogen laten horen. Van scholing, of ergens zonder begeleiding van een man zijn, is al helemaal geen sprake meer. Uitgewist, weggepoetst, wandelende baarmoeders. Vagina’s op pootjes die verder hooguit nuttig zijn als bediende voor de man.

‘Maar hier hebben vrouwen het toch wel goed?’ Een heel stuk beter. Maar ook in Nederland worden elke maand twee vrouwen vermoord omdat een man recht denkt te hebben op het leven van die vrouw. Voorafgaand is er dan vaak al sprake van jarenlang psychisch of fysiek geweld. Juist het moment van opbreken van een relatie is het gevaarlijkst voor een vrouw.

En dan nog het feit dat ik het best goed dacht te hebben maar dat blijkt dat er pas de laatste jaren aandacht voor is, dat er in de medische wetenschap nauwelijks kennis is over het vrouwenlichaam. Want vrouwenlichamen waren veel te lastig met al die hormoonschommelingen. Dus zijn er ziektebeelden gemist en ontkend. Medicatie niet goed afgestemd met alle gevolgen van dien.

O, ja, en zullen we het hebben over de seksualiteit van een vrouw? Dat we pas sinds een jaar of vijfentwintig weten dat de clitoris niet slechts een klein knopje is maar een zwellichaam van tien centimeter lang? Dat het gezwollen moet zijn (‘stijf’) om seks te kunnen hebben waar de vrouw plezier aan beleeft. Het aantal vrouwen dat als gat op pootjes werden en worden beschouwd is niet te overzien. Het wordt beter maar wat gaat het rete-langzaam. Ook nu nog is er discussie, DISCUSSIE, over of een vrouw pijnstilling moet krijgen bij het plaatsen van een spiraal. Voor veel vrouwen een ongelooflijk pijnlijk moment. Als je een klein gaatje in een kies laat vullen heb je nog de keuze of je het wil laten verdoven. Maar een vrouw moet niet zo kinderachtig doen. Kom op, kiezen op elkaar!

In de serie over Catharina de grote van Rusland (feministe avant la lettre) roept haar zoon na haar dood: “Vanaf nu geldt er een wet dat er nooit meer een vrouw op de troon mag komen.” En ik denk: zo gemakkelijk gaat het dus. Dit is precies waarom vrouwenquota nodig zijn. Waarom het nodig is dat in elk bestuur, op elke positie waar beslissingen worden genomen en in elke vezel van de maatschappij, vrouwen (over)vertegenwoordigd moeten zijn.

Een reactie plaatsen

De mentale belasting in een relatie

Lieve, behulpzame, aardige mannen, ik richt me in dit stukje tot jullie. We moeten het hebben over de ‘mental load’. ‘Mental load’ is de geestelijke en emotionele last van het hebben van de verantwoordelijkheid om te denken aan, plannen van en organiseren van alles wat het leven met zich meebrengt. Niet alleen voor jezelf maar ook voor de kinderen, je partner en andere familieleden. Denk daarbij aan alles binnen het huishouden: rondom de kinderen, mantelzorg, huisdieren, vakanties en huishoudelijke taken. Niet alleen de grote taken maar ook alle kleine, ogenschijnlijk kleine taakjes zoals iets meenemen wat op de trap ligt of een doekje over het aanrecht halen.

In verschillende gesprekken met mannen en vrouwen van een jongere generatie viel het mij op dat die mentale druk in heterorelaties (geen idee hoe dat bij andere relatievormen is) nog steeds veel te vaak, alleen bij vrouwen ligt. Het hebben van een fulltime baan of niet heeft daar geen invloed op. “Maar als mijn partner vraagt of ik iets wil doen, dan doe ik het, hoor” sputteren jullie nu vast tegen. Dat is precies het punt. Waarom moet je partner dat aan jou vragen? Het is jouw huishouden, kind of dier ook. Als jullie met zijn allen op vakantie gaan volstaat het niet om alleen jouw onderbroeken in te pakken op de dag van vertrek. Er moet van te voren gewassen worden, spullen van de kinderen ingepakt worden, de oppas van de hond of de planten geregeld worden, de buren ingelicht. Als jij daar geen verantwoordelijkheid voor neemt ligt de druk van dit alles bij je vrouw/vriendin.

“Maar ik help altijd in het huishouden.” Inderdaad: je helpt. Helpen betekent dat je nog steeds de verantwoordelijkheid bij de ander laat liggen. Dat je je gedraagt als een kind. En ik heb nieuws voor je: je partner is je moeder niet. Het is niet het huishouden van je vrouw alleen, het is jullie gezamenlijke huishouden. Waarom draag je dan geen zorg voor een deel van de verantwoordelijkheid over dat huishouden? Waarom voel je niet dat de zorg voor je kind bij jou ligt? Er bestaan geen aparte papadagen. Je bent altijd een vader en dus altijd verantwoordelijk voor de zorg, vanaf de dag dat jouw spermacel uitgenodigd werd door een eitje.

Over spermacellen en eitjes gesproken: vaak, onder het mom van een grapje, hoor ik mannen klagen over te weinig seks. Voor die mannen onthul ik hier een geheim. Als je je partner niet behandelt als je moeder of verzorgster, vergroot je de kans op seks. Hoe dat zit? Simpel: een vrouw wil (normaal gesproken) geen seks met haar kind, in dit geval jij dus. Niets is zo lustverhogend als een partner die zijn zelfstandigheid behoudt in een relatie en een deel van de lasten van het leven op zich neemt in plaats van zijn navelstreng in te pluggen bij zijn geliefde.

Tot slot nog een waarschuwing: veruit de meeste scheidingen worden door vrouwen van middelbare leeftijd aangevraagd. De menopauze krijgt dan de schuld. Die vrouwen zouden opeens gek geworden zijn door hormonale veranderingen. Knoop het in je oren, het is misschien de aanleiding, maar de werkelijke reden is dat ze het zorgen zat zijn. Geloof mij, ik spreek ze: vrouwen die hun hele leven hebben gewijd aan de kinderen. En nu de kinderen min of meer zelfstandig aan het worden zijn, kijken ze naar het grote kind op de bank en hebben er geen zin meer in. Een diepgewortelde weerzin komt in ze op. Zoals een vrouw mij eens toevertrouwde toen haar laatste kind het nest verliet: “Zo! Vanaf nu zorg ik voor nog geen slak!”

Een reactie plaatsen

Ali B en anderen die het echt niet snappen

Met veel belangstelling volg ik de rechtszaak tegen Ali B. Wat bekende Nederlanders doen en laten boeit mij over het algemeen totaal niet maar dit is van een andere orde. Gefascineerd keek ik naar beelden van een verwarde man die eerst aan het huilen was omdat hij 20 jaar lang vreemd gegaan is, dat nu zo zielig voor zijn vrouw vindt en na de eis van het O.M. tegen de pers een onsamenhangende lofzang gaf op het rechtssysteem.

Op X volgde ik Saskia Belleman (aanrader!) die verslag deed vanuit de rechtbank. Ze citeerde uit het eindpleidooi van Ali B: “U vroeg of ik signalen had gemist. Maar wat had ik moeten doen dan? Ik heb ze niet gezien. Niemand kan mij laten zien hoe ik in signalen iets moet zien. Iets moet beseffen.”

Het erge is dat ik denk dat hij gelijk heeft. Deze man, en vele met hem, heeft oprecht geen idee gehad dat wat hij deed niet door de beugel kon. Hij was toch altijd de onaantastbare artiest? De gevierde man? De ‘knuffel-marokkaan’ waar heel Nederland wèl van hield en die in TV-programma’s de uitgelaten, beetje gekke, maar supersympathieke gast mocht uithangen? Hij snapt het diep in zijn hart echt niet. Ziet geen signalen en heeft nooit geleerd dat je toestemming moet vragen om aan een ander te zitten.

Ook fascinerend zijn de reacties op de vrouwen die aangifte hebben gedaan. “Maar waarom ging ze dan naar dat feest?” “Maar ze had toch weg kunnen gaan?” “Tja, als je je als een slet gedraagt dan kan je het gewoon verwachten.” “Waarom heeft ze zich niet verzet?” “Waarom komt ze er nu pas mee?” Ze…, ze…, ze…. Het slachtoffer in plaats van de dader verantwoordelijk maken voor wat er gebeurde.

Ik zie reacties in de categorie van dat je tegenwoordig als man bang moet zijn om nog seks met iemand te hebben. Je zou zomaar achteraf beschuldigd kunnen worden van verkrachting. Deze mannen zijn een deel van het probleem. Want ook zij snappen er dus diep van binnen, helemaal niets van dat je niet zomaar aan iemand mag zitten. Dat er geen contracten hoeven te worden afgesloten maar dat je het gewoon aan iemand kan vragen of het goed is wat je doet. Dat sommige mannen vinden dat daarmee het leven ingewikkelder wordt begrijp ik. Het is natuurlijk veel leuker als je geen rekening met een ander hoeft te houden en kunt grijpen wat je wil. Maar ook al staat een vrouw in haar goddelijke blootje, midden op een stadsplein, dan heeft ze jou nog geen toestemming gegeven om aan haar te zitten.

Het gaat in deze zaak om verkrachting en aanranding maar het gaat over veel meer. Hoe gaan we met elkaar om? Wanneer mag iets wel en niet. Waar ligt de scheidslijn? Het is niet zo moeilijk. Een ja is een ja en de rest moet je uitvragen. Heel simpel, als je een koekje van iemand wil dan vraag je dat en trek je ook niet zomaar de kast open om een half pak koekjes op te vreten.

Twee voorbeelden die mij zelf zijn overkomen illustreren heel goed hoe grenzen werken. Bij een nieuwjaarsborrel werd ik door een man, die ik alleen van gezicht kende, tegen zich aangetrokken en kreeg ik drie natte zoenen. Ik verstijfde en vond het vervelend. Bij een andere gelegenheid werd er mij door een andere man gevraagd hoe ik de begroeting wilde. Deze man kende ik wel al langer en toch ging hij er niet zomaar vanuit dat ik een knuffel wilde. Juist daardoor voelde ik me vrij en veilig genoeg om die knuffel te ontvangen. Beide voorvallen blijven in mijn geheugen hangen. De één omdat ik het vies en naar vond en de andere omdat ik het zo bijzonder vond dat het mij werd gevraagd. Dat ik het zo bijzonder vond en ik me daar zo prettig bij voelde zegt alles. Wat we hiervan kunnen leren is, dat wanneer je keuzevrijheid en ruimte geeft aan een ander, je er misschien wel meer vrijheid en speelruimte voor terugkrijgt.

Een reactie plaatsen

Oorlog in mijn hoofd

Met alle oorlogen, geweld en onverdraagzaamheid om me heen vraag ik me weer eens af: hoe neem je als leider van een volk, een president, een generaal, een rebellenleider, een besluit wat leidt tot de dood van velen. Hoe kun je willens en wetens iets doen waardoor mensen lijden. Het lukt me, gelukkig maar, niet om te bedenken hoe dat in je hoofd werkt.

Zelf doe ik alle moeite om een verdwaalde wesp in mijn huis levend naar buiten te zetten. En zelfs een mug sla ik alleen dood als het echt niet anders kan, sorrysorrysorry fluisterend. Elk leven verdient mededogen maar soms moet je, in uiterste nood, jezelf beschermen. Maar beschermen doen dictators en volksmenners niet. Al zeggen ze van wel en verzinnen daarbij een gemakkelijke vijand.

Een vijand is zo gemaakt. Benoem een reëel probleem en wijs een bevolkingsgroep aan die dat probleem veroorzaakt. Herhaal dat keer op keer. Ontmenselijk de groep door niet het individu te benoemen maar steeds weer alleen de groep. Zeg de groepsnaam vooral met een vies trekje om je mond. Asielzoekers, joden, moslims, anders gekleurden of transpersonen, kies maar. Noem ze gelukszoekers, houdt ze verantwoordelijk voor wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt, zeg dat de hele groep zorgt voor geweld in jouw land, verkrachters zijn het, kindermolesteerders, welja: ze eten baby’s, why not!

Het gebeurt om ons heen en we hebben het niet in de gaten. Als de kikker die langzaam gekookt wordt en het pas door heeft als het water te heet is om er nog aan te ontsnappen word je erin meegesleept als je niet oppast. Het duidelijkste voorbeeld is de uitroeiing van joden in de tweede wereldoorlog. Dat begon niet in 1940. De hele jaren dertig sloop het erin. Het werd in de hoofden van mensen geplant dat joden een ander soort waren die slechte dingen deden. Langzaamaan werden hun rechten ontzegd. Kleine beetjes tegelijk. We zitten in een soortgelijke periode.

Een populist roept wat en er wordt niet verder nagedacht. Haal de bron van je ongenoegen weg en we leven in een paradijs. Maar zo werkt het niet. Je kunt mensen die vluchten voor honger, geweld of een gebrek aan toekomst de schuld geven van al je problemen maar als je verder kijkt dan je neus lang is dan zie je dat het andere oorzaken heeft.

We leven in een tijdperk waarin goede informatie voor iedereen te vinden is maar waar je wel naar op zoek moet gaan. De informatie achter de informatie. De juiste bronnen. Onafhankelijke journalistiek en wetenschap. Cijfers en feiten in plaats van je onderbuik of wat één of andere nitwit ergens op de socials beweert. Bedenk goed dat de verzetshelden in 40-45 de kritische denkers van toen waren. Maar ik ben bang dat een aanzienlijk deel van de mensheid niet in staat is tot kritisch denken en zich comfortabel voelt bij zwart-wit denken. En misschien hebben ze daardoor een rustiger leven, lekker overzichtelijk. Ondertussen is het in mijn hoofd oorlog.

Uitgelichte foto: Photo by Bango Renders on StockSnap

Een reactie plaatsen

Intuïtie of smartwatch

“O jee! Ik had mijn smartwatch niet om en nu weet ik niet of ik goed geslapen heb,” hoorde ik iemand zeggen. Er  komen steeds meer en slimmere ‘wearables’. Apparaatjes die van alles meten en die je bij je draagt in de vorm van een polsband, ring of misschien wel een bril. Ze meten je bloeddruk, hartslag, hoeveel je hebt bewogen, of je gestrest bent en dus ook hoe je geslapen hebt. Het grappige van alles is dat uit onderzoek blijkt dat, veruit de meeste mensen met een smartwatch , niets doen met de gegevens die het meet.

Zelf wil ik het allemaal niet aan mijn lijf. Ik wil helemaal geen ding aan mijn pols dat me gaat vertellen hoe het met me gaat. Dat weet ik namelijk zelf heel goed. Als ik geslapen heb en ik ben nog moe, dan is de kwaliteit van mijn slaap waarschijnlijk niet goed geweest. Als ik heb liggen woelen, dromen en draaien of op een andere manier een interessant nachtleven heb gehad (bijvoorbeeld podcasts luisteren, spannender wordt het niet), dan weet ik dat de volgende ochtend meestal nog wel. Eens in de zoveel tijd meet ik mijn hartslag en bloeddruk en dat ik over het algemeen te weinig van mijn stoel kom is ook overduidelijk. Als ik narrig en pieperig ben dan duwt mijn partner mij op de bank en gaat hij eten voor me maken, dat helpt meestal wel. Er zijn genoeg mensen om mij heen die vragen hoe het met me gaat. Die prikken er wel doorheen als ik iets te vrolijk ‘goed!’ roep.

Meten is weten, dat is waar, maar ik ben bang dat we onze intuïtie kwijt gaan raken. We vertrouwen op allerlei apparaatjes, gaan pas naar buiten als buienradar ons vertelt dat het droog is. Daardoor missen we de sensatie van het geluk dat droge kleren en een warm huis brengen na een tochtje in een regenbui. Er zijn piepjes nodig om de auto in te kunnen parkeren en hoewel ik mij niet als koningin van het inparkeren wil bestempelen hielp het wel toen ik nog in het centrum van mijn woonplaats woonde. De dagelijkse oefening van mijn oude Toyota-zonder-poespas in een klein gaatje proppen maakte wel dat ik er steeds beter in werd.

We vergeten af en toe stil te vallen en domweg te voelen. Voelen en intuïtie kun je ook trainen. Het hoeft geen uren mediteren te zijn. Gewoon bijvoorbeeld ’s ochtends met je kopje koffie op de bank nadenken over de voorbije nacht en wat je gaat doen die dag voordat je in de alledaagse versnelling schiet. De tijd nemen om waar te nemen wat er diep van binnen in je gebeurt. Voelen of alles het nog doet zoals het moet. Waar heb je een pijntje, hoe fit ben je vandaag, wat heeft je lichaam nodig: beweging, rust of voedsel?. Je neus buiten de deur steken om het verschil te voelen tussen koud of lekker fris.

Minstens zo belangrijk is het dat we onze naasten blijven aanvoelen. Je lief of kind die een kleine gedragsverandering vertoont of een collega die een beetje pips ziet. Ook daar komt intuïtie om de hoek kijken. Het is niet altijd te benoemen maar als je de gevoeligheid toe laat weet je vaak wat er nodig is. Ik ben bang dat we die gevoeligheid aan het verliezen zijn. Dat we steeds hollere vaten worden. Maar dat zal wel aan mij liggen. Ik heb geen smartwatch dus misschien heb ik wel slecht geslapen zonder dat ik het weet.